Nog een groentje in de eetbare tuin? Om te genieten van verse groenten, fruit en kruiden uit eigen tuin, heb je niet veel plaats nodig. Alleen een gezonde dosis creativiteit én zin om de handen uit de mouwen te steken. Begin bij het begin. Hier gaan we!

Eetbare tuin beginnen? Bepaal je ruimte en je bodem

Kies de juiste plek

Wil je een eigen eetbare tuin beginnen, ga dan naar je tuin, terras/balkon of stukje grond. Bekijk goed wat je voor je hebt. De ruimte die je hebt, bepaalt voor een groot deel hoe je moestuin eruit zal zien. Je eetbare tuin maak je best op een plekje met veel zon (want die hebben veel groentes en fruit nodig om lekker rijp te worden). Met liefst minimaal 4 uur zon, helemaal goed is 6 uur zon per dag. Misschien heb je meerdere kleine plekjes, in de zon of met een beetje schaduw, dichtbij of iets verder van je huis.

Teken je oppervlakte van je eetbare tuin

Hoe groot is de ruimte die je hebt? Die zal bepalen of je best kiest voor een paar potten met eetbare vruchten, een vierkante metertuin of een volwaardige moestuin. Is het jouw eerste jaar eetbaar tuinieren? Start dan klein, je kan altijd nog uitbreiden naar iets groter. Beter een bomvol balkon met eetbare planten dan een bijna lege moestuin, niet?

  • Beperkte ruimte op een terras of balkon? Kies voor een moestuintje in potten. Je kan met veel succes aan de slag met allerlei soorten tomaten, courgettes, pepers, aardbeien, kruiden en fruit. Ook een vierkante meter tuin is ideaal voor beperkte ruimte. Je tuiniert dan precies op 1 x 1 m² en deelt die oppervlakte in kleinere vierkanten in. Zo krijg je toch heel wat variatie in wat je kan telen.
  • Al een kleine of grotere (stads)tuin met sierplanten? Maak er een echte eetbare (stads)tuin van! Plant eetbare bloemen en groenten in je bloemenborders en tussen je vaste planten. Vrolijk je tuin op met eetbare hangmanden en potten. Of maak van een klein stukje tuin een kleine moestuin met rijtjes.
  • Veel plaats? Ga helemaal wild en leg een volwaardige moestuin aan. Met een moestuin van 50 m² geef je een gezin van vier personen een zomer lang verse groenten.
  • Helemaal geen plaats? Gelukkig kan jij ook met een eetbare tuin beginnen. Zoek op waar in jouw buurt volkstuinen zijn, en of er nog een perceeltje vrij is. In sommige dorpen en steden kan je ook een klein stukje groen, vaak vlakbij je huis, zelf beplanten en onderhouden.

Onderzoek je bodemsoort: zand, leem of klei

De grond waarop je tuiniert, is misschien wel het allerbelangrijkste. Bepaal op welke grond je leeft: bestaat je bodem vooral uit zand, leem of klei? Het type bodem zal je veel vertellen over hoe het eetbaar tuinieren bij jou zal gaan, en welke uitdagingen je misschien wachten.

Doe de kneedproef: graaf in het voor- of najaar wat aarde op ongeveer 10 centimeter diep. Rol die tussen je handen.

  • het lukt je om er een rolletje van te maken. Goed nieuws, jouw bodem bestaat vooral uit een combinatie van zand en leem. Ook wel de ideale moestuingrond genoemd. Jouw grond is luchtig, compact en houdt goed voedingsstoffen vast. Makkelijk om te bewerken dus!
  • het lukt je om er een rolletje van te maken, en die zo te leggen dat hij een cirkel vormt. Jouw bodem bestaat vooral uit klei. Dat wil zeggen: eerder zwaar, compact, houdt goed water en voedingsstoffen vast. Als je het slim aanpakt, kan je de natuur voor jou laten werken. Zoek de juiste gewassen voor jouw soort grond. Kolen doen het bijvoorbeeld schitterend op kleigrond. Begin niet te vroeg in de lente: jouw bodemsoort heeft wat langer nodig om op te warmen dan andere grond.
  • het lukt je niet om een rolletje te maken. Tja, het is en blijft zand! Zandgrond is erg lichte en droge grond, die snel opwarmt maar snel vocht en voedingsstoffen verliest. Je zal wat vaker moeten gieten en voedingsstoffen moeten geven. Voordeel: zandgrond warmt sneller op, je kan in de lente dus vroeger starten.

Teken de kamers van je eetbare tuin

Ga je voor een volwaardige eetbare tuin, waar je intensief groenten wil telen? Dan sla je deze stap best niet over. Maak een ontwerp van je moestuin in aparte bedden. Je kan ze scheiden door paadjes aan te leggen, minstens 35 centimeter breed. Een goede breedte voor de bedden is 1m20. Die afmeting laat je toe om langs beide kanten een bed te bewerken.

De vakken zijn nodig om aan teeltrotatie of vruchtwisseling te doen. Simpel gezegd: je groenten ieder jaar op een andere plaats te zetten. Zo voorkom je een aantal ziektes en kan je op maat van die familie de bodem bewerken. Elke familie heeft namelijk een aantal specifieke eigenschappen en behoeftes.

Heel eenvoudig zet je groenten uit dezelfde familie in één bed. Elk jaar schuif je de familie een bed verder, in een soort van stoelendans. Ideaal zijn zes bedden, maar je kan er uiteraard altijd meer of minder aanleggen.

Sommige planten hoef je niet te laten wisselen van bed. Veel tuiniers maken een plekje waar die groenten, fruit of kruiden kunnen groeien. Denk maar aan frambozen, bessenstruiken (zoals rode bessen of bramen), artisjok of kardoen.

(c) oogst

Groentenfamilies voor je moestuinplan

Je familie kies je niet, toch? Het is niet altijd makkelijk om te weten welke groente bij welke familie hoort. Daarom, een overzicht van de meest voorkomende groenten en hun families:

Kolen

Alle koolsoorten: bloemkool, boerenkool, broccoli, Chinese kool, daikon, koolrabi, paksoi, palmkool, raapsteel, radijs, rammenas, raap, rode kool, savooi, spitskool, spruiten, witte kool.

Kolen houden van een erg rijke bodem, je zal ze dus genoeg bemesting geven. Ze nemen ook best veel ruimte in beslag: een kool kan tot een vierkante meter opnemen! Heb je een kleinere moestuin? Zet dan eerder kleine kooltjes (zoals radijsjes en raapsteeltjes) in plaats van een stevige bladkool.

Peulen

Alle soorten erwten en bonen, linzen, peultjes, sojabonen, tuinbonen.

Deze familie is een bont allegaartje van erwtjes, bonen en peultjes. Binnen deze familie kunnen de planten laag bij de grond blijven (zoals struikbonen) of de hoogte in groeien (stokbonen, pronkbonen). Die laatste hebben wat ondersteuning nodig, zoals enkele bamboestokken.

Aardappelen

Aardappels, maar ook aardbeien.

Aardappels hebben zo hun eigen regels in de moestuin. Je hebt vroege, middelvroege en late rassen. Veel moestuiniers planten aardappels om in bepaalde bedden de grond te laten herstellen. En da’s goed, want ze brengen de bodemstructuur weer op punt en omdat ze de grond goed bedekken, laten ze geen ruimte voor onkruid.

Knollen

Bosui, knolselder, lente ui, look, pastinaak, rode biet, schorseneer, sjalot, venkel, witloof, wortel, wortelpeterselie.

Bij deze familie gebeurt bijna alles onder de grond. Je moet dus even geduld hebben bij deze groenten. Pas wanneer je ze oogst en hun wortels naar boven haalt, zie je hoe goed ze het gedaan hebben.

Vruchtgroenten

Aubergine, augurk, courgette, komkommer, maïs, paprika, patisson, peper, pompoen, tomaat.

Misschien wel de leukste groenten in je moestuin, en best makkelijk! Eens ze hun draai hebben gevonden, kan je vaak een hele zomer oogsten. Ze vragen alleen wel wat ruimte om hun vruchten te laten rijpen…

eetbare stadstuin (c) oogst
je kleine eetbare tuin na enkele maanden (c) oogst

Je eigen eetbare oase inrichten

De leukste klus, het inrichten van je tuin. Eindelijk! Tijd om groenten, kruiden en fruitsoorten te kiezen. Een paar vuistregels om de keuze uit het grote aanbod wat makkelijker te maken:

  • kies enkel dingen die je graag eet
  • ga voor makkelijke gewassen, zoals courgette, rode biet, sla of radijsjes
  • zet naast groenten ook fruit en kruiden in je moestuin
  • neem naast eenjarige groenten (die staan maar één jaar in je moestuin) ook enkele meerjarige groenten
  • experimenteer! je hoeft geen groenten op rijtjes te telen, gebruik je verbeelding

Hou rekening met de buren

Niet alle groenten, fruit en kruiden staan graag naast elkaar. Andere zijn dan weer ideale combinaties. Vaak staan bloemen heel goed in de moestuin. Ze houden ziekten en beestjes weg. Altijd goeie combinaties maak je met Afrikaantjes (Tagetes), Duizendblad (Achillea) en Petunias.

Start met bouwen

Je hebt over alles goed nagedacht, je plan is klaar, je eerste zaden zijn misschien binnen al aan het kiemen. Grootste tijd om aan je moestuin te starten en de tuin in te gaan! Nog een paar laatste tips:

Je eigen eetbare stadstuin beginnen wanneer het kan

Het voorjaar is het ideale moment om te beginnen met een eetbare tuin. Maar misschien heb je er nog niet de tijd voor, of wil je pas later starten. Dat kan. Het enige waar je rekening mee hoeft te houden, is de moestuinplanner. Zaai en plant je groenten en fruit altijd in het juiste seizoen.

Investeer in je basisuitrusting

Wil je veel in de tuin werken, dan heb je wel een aantal dingen nodig. Investeer in goed en duurzaam materiaal dat liefst lang kan meegaan: tuinhandschoenen, een gieter (met broeskop, dus kleine gaatjes in de kop), schopje, snoeischaar. Heb je een grotere moestuin, dan zal je ook een spade, hark, schoffel, woelvork en misschien een kruiwagen nodig hebben.

Maak een lijstje met zaden en planten

Zaden koop je in een tuincentrum, speciaalzaak of online. Sinds een paar jaar kan je ook terecht in de zaadbib, waar je gratis zaden kan meenemen (en het volgende jaar weer zaden terug binnenbrengt). Of ruil met andere moestuiniers in een volkstuin of een zadenruilbeurs. Kijk telkens goed naar de data die staan aangegeven op het pakje. Zo weet je precies wanneer te zaaien, planten en oogsten.

Als beloning voor het harde werk wacht jou misschien al deze lente, zomer of herfst een mooie oogst! Geniet ervan!